Nieuwkoop - Kohier van het huisgeld 1597

Het archief van het ambacht Nieuwkoop is ondergebracht bij Erfgoed Leiden en Omstreken. Een van de stukken is het Kohier van het huisgeld voor Nieuwkoop en Noorden van 1597 (inv.nr. 116).

[Pagina 1, fol. 1] 
 
Quoijer, gemaect bijden Bailiu, schoudt, secretaris, ambochtbewaerders ende schepenen der vrije heerlickheijt van Nijeucoop ende Noorden, waer bij getauxeert werden de huijsen ende getimmerten inde voorsz. heerlickheijt staende, volgende den last ende bevele van den e. heeren staten slants van Hollant ende Westvrieslant. 
  
De tauxatie es gedaen opten geheele waerde van den getimmerten sulcx daer op off getrocken moet werden den derden pen., volgende t’schrijvens van mijn heeren staten voornt. 
  
Dese tauxatie te verstaen gedaen te zijn bij guls. van 40 grooten. 
  
[Pagina 2, fol. 1v] 
  
Hijer begint Noorden ende den Haeck, sorterende onder de heerlickheijt van Nijeucoop.

Den Haeck

Jan Pietersz Noortlander gebruijct een halff huijs, ende een berch, daer een eijgen off toecompt d’erffgenamen van Jan Pietersz Proost t’Amsterdam, geneert hem met bouwerije, geestimeert op ses ende dartich gul. Compt de twe deelen 24 gul. 
  
Jan Claesz in den Haeck een oude huijsinge, met een hoij huijs daer aen staende, daer den eijgen off toecompt Jan Claes Boelensz t’Amsterdam, ende wert daerinne ni gedaen dan bouneringe, getaxeert tot ses ende dartich gul. Compt de twe deelen 24 gul. 
  
Jasper Wiggersz gebruijct zijn eijgen huijsing met een berch daer bij gestaen, geneert hem met bouwerije, getaxeert op vier ende twintich gul, compte de twe deelen 16 gul. 
  
[Fol. 2] 

Ghijsbert Heeren gebruijct in huijer een oudt huijsken daer den eijgen off toecompt de wede. ofte kinderen van Jan Laurensz Spiegels tot Amsterdam geneert hem met bouwerije, geestimeert tot vijfthijen gul. Compt de twe deelen 10 gul. 
  
Jan Heijnricxsz een huijer huijs seer oudt ende vervallen, daer den eijgen off toecompt Jan Claes Boelensz t’Amsterdam, geneert hem met bouwerije estime tot dartich gul. Compt de twe deelen 20 gul. 
  
Gerrit Jansz gebruijct in huijer van Jan Thonisz een huijsken met een berchgen geneert hem met bouwerije, getacxeert tot vijfthijen gul. Compt de twee deelen 10 gul. 
  
[Pagina 3, fol. 2v] 
 
Willem Huijgensz een seer oude huijsinge met een berchgen daer op staende, hem eijgen toebehoorende, geneert hem met bouwerije, getacxeert tot twaelff gul. Compt de twe deelen 8 gul. 
  
Cornelis Dircxsz Ficx een oudt huijsken met een berchgen, hem eijgen toecomende, daer inne ni gedaen wert dan bounering, getacxeert tot vijfthijen gul. Compt de twe deelen 10 gul. 
 
Willem Heijnricxsz sijnde een bouman gebruijct zijn eijgen huijs schuijer ende berch, getaxeert tot dartich gul. Compt de twe deelen 20 gul. 
  
[Fol. 3] 
 
Willem Wiggersz een oude huijsinge met een berchgen, hem eijgen toebehoorende geneert hem met bouwerije, getaxeert tot vier ende twintich gul., compt de twe deelen 16 gul. 
  
Gerrit Ghijsbertsz gebruijct zijn eijgen huijs met berch schuijeren ende alles daer op staende, geneert hem met bouwerije, geestimeert tot t’zestich gul., compt der twee deelen 40 gul. 
  
Meijns Willemsdr gebruijct in huijer een oudt halff huijsken, met een berch haer generende met bouwerije, den eijgen compt toe d’erffgen. van Willem Paulusz t’Amsterdam, estime tot achtien gul., compt de twe deelen 12 gul. 
  
[Pagina 4, fol. 3v] 
 
Jacob IJsbrantsz gebruijct zijn eijgen oude huijsinge met een berch, geneert hem als voor, getaxeert tot een ende twintich gul., compt de twe deelen 14 gul. 
  
Anthonis Jansz gebruijct een eijgen huijsken, geneert hem met bouwerije getaxeert tot vijfthijen gul. Compt de twe deelen 10 gul. [pauper] 
  
Heijnrick Sijmonsz Cleijn gebruijct sijn eijgen oudt huijsken, geneert hem alsboven, geestimeert tot vijfthijen gul. Compt de twe deelen 10 gul. [pauper] 
  
[Fol. 4] 
  
Luijt Gerritsz een eijgen huijsinge, berch ende schuijerken, geneert hem met bier tapperije geestimeert tot achtien gul., compt de twe deelen 12 gul. [pauper] 
 
Cornelis Reijersz een oude huijsing ende een berch, hem eijgen toecomende, hem generende met bouwerije, getacxeert tot achtien gul. Compt de twe deelen 12 gul. 
  
Elbert Jacobsz Brouwer gebruijct een oude huijsinge met een berch, hem eijgen toebehoorende, geneert hem alsboven getaxeert tot vier ende twintich gul. Compt de twe deelen 16 gul. 
  
[Pagina 5, fol. 4v] 
 
Cornelis Gerritsz Heijnst, ende Gerrit zijn zoon gebruijcken t’zamen in huijer seecker oude huijsing ende getimmert, daer den eijgen off toecompt Jan Jacobsz Brouwer haer generende met bouwerije, getaxeert tot twe ende veertich gul., compt de twe deelen 28 gul. 
  
Marten Vreecxsz gebruijct een out huijsken ende een berchgen hem eijgen toecomende geneert hem alsboven, estime tot een ende twintich gul. Compt de twe deelen 14 gul. [pauper] 
  
Jan Gerritsz wede. een oude huijsinge haer eijgen toebehoorende, met een berchgen daer op staende, haer generende met bouwerije, estime tot een ende twintich gul. Compt de twe deelen tot 14 gul. 
  
[Fol. 5] 
  
Jacob Gerritsz gebruijct zijn eijgen huijsken met een berchgen, geneert hem met bouwerije ende veenen, geestimeert tot een ende twintich gul. Compt hijer de twe deelen tot 14 gul. 
  
Jacob Eerstensz gebruijct zijn eijgen huijsken, houdende twe coebeesten geestimeert tot vijfthijen gul. Compt de twe deelen 10 gul. [pauper] 
  
Cornelis Aertsz Block een out huijsken hem eijgen toebehoorende, geneert hem met bouwerije, geestimeert tot vijfthijen gul. Compt de twe deelen 10 gul. 
  
[Pagina 6, fol. 5v] 
 
Jan Jacob Neelen sijn eijgen huijsing berch ende schuijer gebruijckende, hem generende met bouwerije ende veenen, geestimeert tot dartich gul. Compt de twe deelen 20 gul. 
  
Adriaen Cornelisz Buijerman een out huijsken, met een berchgen, hem eijgen toebehoorende hem generende met bouwerije ende veenen geestimeert tot vijfthijen gul., compt de twe deelen 10 gul. 
  
Pieter Gerritsz een out huijsken, hem eijgen toebehoorende, hem generende met cramerije, estime tot twaelff gul. Compt de twe deelen 8 gul. 
  
[Fol. 6] 
  
Marten Jan Ghijsz een halff huijsken hem eijgen toecomende, houdende twe off drie coebeesten, geestimeert tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. 
  
Jasper Martensz een oudt huijsken met een berch daer bij staende, hem eijgen toebehoorende, geneert hem met bouwerije ende veenen, geestimeert tot een ende twintich gul. Compt hijer de twee deelen 14 gul. 
  
Jan Jacobsz Brouwer gebruijct zijn eijgen oude huijsinge, hem generende met bouwerije, geestimeert tot dertich gul. Comen de twe deelen 20 gul. 
  
[Bestand 7, fol. 6v] 
 
Pieter Lenartsz een oudt huijsken met een berchgen, hem eijgen toe behorende, hem generende met bouwerije ende veenen geestimeert tot vijfthijen gul. Comen de twe deelen 10 gul. 
  
Dignum Aertsz een out huijsken hem eijgen toebehoorende, hem generende met veenen, geestimeert tot twaelf gul., comen de twe deelen 8 gul. [pauper] 
  
Claes Jan Aelbersz een out huijsken met een berchgen, hem in eijgen toebehoorende geneert hem met bouwerije ende veenen estime tot vijfthijen gul. Comen de twe deelen 10 gul. 
  
[Fol. 7]

Hijer begint t’Noorteijnde van Nijeucoop

Jonge Lenart Lenartsz gebruijct zijn eijgen huijsken, berch ende schuijertgen, houdende drije off vier coebeesten, hem voort generende met veenen, geestimeert tot vijfthijen gul., compt de twe deelen 10 gul. 
  
Volcken Cornelisz een out huijsken hem eijgen toecomende, hem gernerende met t’schip te varen ende veenen, estime tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. 
  
Laurens Lenartsz gebruijct zijn oudt eijgen huijsken, hem generende alsboven, estime tot negen gul. Compt de twe deelen 6 gul. 
  
[Pagina 8, fol. 7v] 

Gerrit Gerritsz Dobben een out huijsken hem eijgen toecomende, geneert hem met bouwerije, geestimeert tot achtien gul. Compt de twe deelen 12 gul. 
  
Jonge Lenart Lenartsz een halff eijgen huijsken, hem generende met slachtorven, geestimeert tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. 
  
Pieter Michielsz een out huijsken met een berchgen, hem eijgen toecomende, geneert hem met bouwerije ende veenen, estime tot achtien gul. Comen de twee deelen 12 gul. 
  
[Fol. 8] 
  
Cornelis Michielsz een oude huijsing, ende een berchgen met een schuijertgen, hem generende met bouwerije, hem in eijgen toecomende geestimeert tot achtien gul., comen de twe deelen 12 gul. 
  
Anthonis Jan Sijmonsz, gebruijct zijn eijgen oude huijsing met een berchgen geneert hem met bouwerije ende veenen estime tot achtien gul. Comen de twe deelen 12 gul. 
  
Cornelis Lenartsz een cleijn huijsken hem in eijgen behoorende, geneert hem met turff te trecken ende de pont te voeren estime tot negen gul., comen de twe deelen 6 gul. [pauper] 
  
[Pagina 9, fol. 8v] 
 
Marten Cornelisz Coll gebruijct zijn eijgen huijsken een berchgen ende schuijertgen, hem generende met veenen, ende t’schip te voeren estime tot achtien gul. Comen de twe deelen 12 gul. 
  
Elijas Jansz een seer out huijsken, hem in eijgen toebehoorende, geneert hem met slachtorven, ende t’schip te voeren, estime tot seven gul. thijen strs., compt hijer de twe deelen 5 gul. [pauper] 
  
Jan Willemsz Speelman, een out huijsken hem eijgen toecomende, geneert hem met turff trecken ende arbeijden, estime tot seven gul. thijen strs., comen de twe deelen 5 gul. [pauper] 
  
[Fol. 9] 
  
Dirck Jansz gebruijct zijn eijgen huijsken ende seecker schuijertges, hem generende met turff te trecken ende slachtorven, geestimeert tot vijfthijen gul. Comen de twe deelen 10 gul. 
  
Dirck Laurensz bruijct zijn eijgen huijsken met een schuijer ende berch daer op staende, houdende twe off drie coebeesten, hem voort generende met turff te veenen ende slachtorven, geestimeert tot vier ende twintich gul. Compt de twe deelen 16 gul. 
  
Hagen Govartsz een oude huijsinge, met een berch ende schuijer, hem in eijgen toecomende geneert hem met bouwerije ende veenen, geestimeert op ses ende dartich gul., comen de twe deelen 24 gul. 
  
[Pagina 10, fol. 9v] 
 
Ghijsbert Dircxsz een eijgen huijsken met een berch ende schuijertgen geneert hem met veenen, geestimeert tot achtien gul., comen de twe deelen 12 gul. 
  
Willem Jan Laurensz een oude huijsing berch ende schuijertgen, hem eijgen toebehoorende hem generende met bouwerije ende turff te veenen, geestimeert tot vier ende twintich gul. Compt de twe deelen 16 gul. 
  
Sijmon Bouwensz een out huijsken berchgen ende schuijertgen, hem eijgen toecomende houdende twe coebeesten, voort hem generende met turff te veenen, geestimeert tot vijfthijen gul. Comen de twe deelen 10 gul. 
  
[Fol. 10] 
  
Adriaen Joachimsz een out huijsken hem eijgen toecomende, hem generende met turff te veenen, ende t’schip te voeren getacxeert negen gul., compt de twe deelen 6 gul. 
  
Bouwen Sijmonsz eijgen huijsken, berch ende schuijertgen, hem generende met bouwerije ende veenen, geestimeert tot achtien gul. Compt de twe deelen 12 gul. 
  
Cornelis Jaep Jansz een out huijsken zijn eijgen toecomende, hem generende mettet schip te varen, estime tot seven gul. thijen strs., compt de twe deelen tot 5 gul. [pauper] 
  
[Pagina 11, fol. 10v] 
 
Dirck Cornelisz Jonge Pijper een oude huijsing ende schuijertgen, zijn eijgen toecomende, hem generende met turff te voeren, ende slachtorven geestimeert tot vijfthijen gul. Compt de twe deelen 10 gul. 
  
Jaep Claes Florisz een out huijsken ende schuijertgen, hem eijgen behoorende, hem generende met slachtorven ende veenen, getaxeert tot darthijen gul. thijen strs., comen de twe deelen 9 gul. 
  
Pieter Jansz een out huijsken ende schuijertgen zijn eijgen wesende, hem generende met veenen ende turff te voeren, getaxeert tot twaelff gul. Comen de twee deelen 8 gul. 
  
[Fol. 11] 
  
Jan Cornelisz Brack gebruijct zijn eijgen oude huijsken, ende berchgen, houdende twe coebeesten, hem voort generende met slachtorven ende turff te voeren, getaxeert tot dartien gul. thijen strs., comen de twe deelen 9 gul. 
  
Willem Andriesz een oudt huijsken ende schuijertgen, sijn eijgen toecomende, hem generende met turff te veenen, ende eenige cramerije, getaxeert tot twaelff gul., compt de twe deelen 8 gul. 
  
Claes Claesz van Leijden, gebruijct zijn eijgen oude huijsing, met een schuijertgen ende berchgen, hem generende met bouwerije ende turff te veenen, getaucxeert tot achtien gul. comen de twe deelen 12 gul. 
  
[Pagina 12, fol. 11v] 
 
Gerrit Fransz een huijsken dat hij in huijer gebruijct van Aper van der Houve Fransz brouwer tot Delff, houdende twe off drie coebeesten, hem voort generende met turff te veenen, geestimeert tot twaelff gul. Comen de twe deelen 8 gul. 
  
Marten Adriaensz gebruijct zijn eijgen huijsing, berch ende schuijertgen, generende hem met een coe twe off drie t’houden, ende voort met veenen, getaxeert tot achtien gul. Comen de twe deelen 12 gul. 
  
Cornelis Dircxsz Broer een out huijsken ende berchgen, hem generende met een coe ofte twe t’houden, ende voort met veenen, getauxeert tot negen gul., comen de twe delen 6 gul. 
  
[Fol. 12] 
  
Willem Jan Huijgen oudt huijsken hem generende met turff te veenen, getauxeert tot ses gul. Comen de twe deelen 4 gul. [pauper] 
  
Luloff Roelen ende Cors Jacobsz zamen haere huijsing ende berch, haer generende met bouwerije ende veenen, getauxeert tot seven ende twintich gul., comen de twe deelen 18 gul. 
  
Jan Adriaen Aertsz oude huijsinge ende een berchgen, hem eijgen toecomende, hem generende met bouwerije ende veenen, getauxeert tot vier ende twintich gul. Comen de twe deelen 16 gul. 
  
[Pagina 13, fol. 12v] 
 
Pieter IJsbrantsz gebruijct zijn eijgen huijsken geneert hem met linde weven ende veenen getaxeert tot seven gul. thijen strs. Compt de twe deelen 5 gul. [pauper] 
  
Pieter Jacob Nelen eijgen huijsken, geneert hem met veenen, ende twe coeijen t’houden getaxeert tot vijfthijen gul. Comen de twe deelen 10 gul. 
  
Ghijsbert Jacobsz gebruijct eijgen oudt huijsken, houdende twe coebeesten, hem voort generende met turff te veenen, getauxeert tot twaelff gul., comen de twe deelen 8 gul. 
  
[Fol. 13] 
  
Anthonis Cornelisz, anders genaempt Than Piet Jaep Nelen, een out huijsken, hem eijgen toebehoorende getaucxeert tot negen gul, geneert hem met veenen. Compt twe deelen 6 gul. 
  
Dirck Jan Aelbersz gebruijct in huijer van Aper Fransz brouwer tot Delff, een oude huijsing, geneert hem met biertappen, getauxeert tot twaelff gul. Comen de twe deelen 8 gul. 
  
Cornelis Cornelisz Heeren gebruijct zijn eijgen huijsken, houdende twe coebeesten geneert hem voorts met turff te veenen, getaucxeert op negen gul., compt de twe deelen 6 gul. 
  
[Pagina 14, fol. 13v] 
 
Cornelis Vranckensz een halff huijsken ende schuijertgen, hem eijgen toecomende, geneert hem met turff te veenen ende twe coeijen t’houden, getaxeert tot negen gul. compt de twe deelen 6 gul. [pauper] 
  
Allart Jansz een out huijsken, hem eijgen toebehoorende, geneert hem met turff te veenen, getaxeert tot seven gul. thijen strs. Comen de twe deelen 5 gul. [pauper] 
  
Marten Aertsz een out huijsken met een berchgen, hem eijgen behoorende, geneert hem met twee coeijen t’houden, ende turff te veenen, getaxeert tot twaelff gul. comen de twe deelen 8 gul. 
  
[Fol. 14] 
  
Ghijsbert Cornelisz scheepmaecker gebruijct zijn eijgen huijsken, ende een hoijhuijs, geneert hem met scheep maken, ende een coe drie off vier t’houden, getaxeert tot derthijen gul. thijen strs. Comen de twee deelen 9 gul. 
  
Adriaen Cornelisz een oudt huijsken ende een berchgen, houdende twe coebeesten, geneert hem voorts met veenen, getaxeert tot twaelff gul., es eijgen, compt de twe deelen 8 gul. 
  
Alijdt de wede. van Pieter Jan Claesz gebruijct haer eijgen oude huijsken ende een berchgen, houdende twe coebeesten, geneert haer voort met veenen, getaxeert tot twaelff gul. Comen de twe deelen 8 gul. 
  
[Pagina 15, fol. 14v] 
 
Pieter Cornelisz Mul een out huijsken hem eijgen toebehoorende, geneert hem met turff te veenen, getaxeert tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. 
  
Cors Cornelisz een cleijn huijsken, hem in eijgen toecomende, geneert hem met turff te veenen, getaxeert tot ses gul. Compt de twe deelen 4 gul. 10 st. 
  
Cornelis Jan Jansz gebruijct zijn eijgen huijsken ende berchgen, geneert hem met een coe twe off drije t’houden ende veenen getaxeert tot twaelff gul., compt de twe deelen 8 gul. 
 
[Pagina 16, fol. 15] 
 
Gerrit Cornelisz Goetknecht gebruijct zijn eijgen huijsing ende berchgen, geneert hem met een coe drie off vier t’houden ende voort met veenen, getaxeert tot achtien gul. Comen de twe deelen 12 gul. 
  
Willem Vrancken gebruijct zijn eijgen huijsken ende berchgen, geneert hem alsboven, getaxeert tot vijftien gul. Comen de twe deelen 10 gul. 
  
Ghijsbert Cornelisz, gebruijct een oudt eijgen huijsgen ende schuijertgen, geneert hem met een coe off twe thouden ende voort met veenen, getaxeert tot twaelff gul. Comen de twe deelen 8 gul. 
  
[Pagina 17, fol. 15v] 
 
Willem Cornelisz Spijcker gebruijct in huijer een cleijn huijsken van Gerrit Jansz Cos/Cob geneert hem met slachtorven, getacxeert tot ses gul., comen de twe deelen 4 gul. [pauper] 
  
Dirck Thomasz een oudt huijsken hem eijgen toecomende, hout twe coebeesten ende voort hem generende met veenen, estime tot twaelff gul., compt de twe deelen 8 gul. 
  
Jan Cornelis Bailiu een cleijn huijsken hem eijgen toecomende, geneert hem met turff te veenen, getaxeert tot ses gul. Comen de twe deelen tot 4 gul. [pauper] 
  
[Fol. 16] 
  
Phillips Ariensz eijgen huijsken met een berchgen, geneert hem met een coe off twe thouden, ende veenen, getaxeert tot twaelff gul., comen de twee deelen 8 gul. 
  
Elbert Cornelisz een oudt huijsken ende berchgen, hem eijgen toecomende, hem generende met veenen, ende een coe twe off drie thouden, getaxeert op dertien gul. thijen strs. Comen de twe deelen 9 gul. 
  
Jan Arien Jan Claesz eijgen huijsken geneert hem met een canne biers te tappen ende veenen, getaxeert tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. 
  
[Pagina 18, fol. 16v] 
 
Cornelis Bailius wede., een out huijsken haer eijgen toecomende, houdt een coebeest geneert haer voort met veenen, getaucxeert tot negen gul., compt de twe deelen 6 gul. 
  
Adriaen Jan Laurensz gebruijct een out huijsken ende berchgen, houdende een coe twe off drie, geneert hem voort met veenen, getaxeert tot twaelff gul., compt de twe deelen 8 gul. 
  
Thomas Thonisz Bosdam zijn eijgen huijsken berch ende schuijertgens, houdende een coe drie off vier, hem generende voorts met turff te veenen, getaxeert tot vier ende twintich gul., comen de twe deelen 16 gul. 
  
[Fol. 17] 

Jacob Cornelis Lau, gebruijct zijn eijgen huijsken, berch ende schuijertges, houdende drie ofte vier coebeesten, hem voort generende met turff te veenen, getaxeert tot vier ende twintich gul., comen de twe deelen 16 gul. 
  
Pieter Jan Velsen gebruijct een oudt eijgen huijsken, geneert hem met turff te bearbeijden, getaxeert tot ses gul. Compt de twe deelen 4 gul. [pauper] 
  
Cornelis Jansz Canter, gebruijct een eijgen huijsken, hem generende met scheep maecken, getaxeert tot ses gul. comen de twe deelen 4 gul. 
  
[Pagina 19, fol. 17v] 
 
Gerrit Claes Thijsz, gebruijct zijn eijgen oude huijsken met een berchgen hem generende met turff te trecken ende veenen, getaxeert tot negen gul., comen de twee deelen 6 gul. 
  
Jan Phillipsz zijn eijgen huijsken ende berchgen houdende een coe ofte twe, hem voort generende met turff te trecken, geestimeert tot twaelff gul., compt de twe deelen 8 gul. 
  
Dirck Jaspersz een out huijsken hem eijgen toebehoorende, hem generende met turff te trecken ende veenen, estime tot ses gul. Compt de twe deelen 4 gul. [pauper] 
  
[Fol. 18] 
  
Cornelis Thonisz Warre een oude huijsing met een berchgen, houdende twe coebeesten geneert hem voorts met veenen, getaxeert tot darthijen gul. thijen strs., compt de twe deelen 9 gul. 
  
De wede. van Willem Cornelisz Schoudt Willem, een oudt huijsken ende berchgen haer generende met een coe ofte twe thouden, ende voort met turff te veenen getaxeert tot twaelff gul., comen de twe deelen 8 gul. 
  
Jan de wever gebruijct in huijer van Gerrit Dircxsz Stichter een oudt huijsken, generende hem met linde weven getaxeert tot seven gul. thijen strs., compt de twe deelen 5 gul. [pauper] 
  
[Pagina 20, fol. 18v] 
 
Jan Pietersz Bruijn een oude huijsing hem eijgen zijnde, hout een coe beest geneert hem voorts met veenen, getaxeert tot twaelff gul. comen de twe deelen 8 gul. 
  
Gerrit Dircxsz Stichter gebruijct in huijer van Aper van der Houve Fransz een oude huijsing, geneert hem met veenen getaucxeert tot ses gul., comen de twee deelen 4 gul. 
  
Adriaen Jan Claesz gebruijct zijn eijgen huijs berch ende schuijertgen, geneert hem met een coe twe off drie t’houden, ende voort met veenen, getaxeert tot vier ende twintich gul. Comen de twe deelen 16 gul. 
  
[Fol. 19] 
  
Dirck Willemsz Heu, gebruijct zijn eijgen huijsken, hout twe coebeesten, geneert hem voort met veenen, getaxeert tot negen gul. Compt de twe deelen 6 gul. 
  
Jan Heijnricxsz gebruijct in huijer van Ghijsgen Aerts een oudt huijsken, geneert hem met veenen ende t’schip te voeren getaxeert tot seven gul. thijen strs. Compt de twee deelen 5 gul. [pauper] 
  
Cornelis Jansz van Bodegraven gebruijct een oudt huijsken hem eijgen toecomende, geneert hem met wat te tuneren ende veenen, getaxeert tot negen gul. Compt de twe deelen 6 gul. 
  
[Pagina 21, fol. 19v] 
 
Jan Barentsz gebruijct sijn eijgen oudt huijsken, geneert hem met veenen, getaxeert tot seven gul. thijen strs. Compt de twee deelen 5 gul. 
  
Cornelis Arisz Quast zijn oudt huijsken ende getimmert, geneert hem met een coe drie ofte vier t’houden, ende voort met veenen getaxeert tot vijfthijen gul., comen de twee deelen 10 gul. 
  
Anthonis Neel Ghijsz gebruijct zijn eijgen oude huijsing, geneert hem met turff te veenen ende bearbeijden, getaxeert tot vijftien gul., comen de twe deelen 10 gul. [pauper] 
  
[Fol. 20] 
  
Cornelis Aelbersz gebruijct in eijgendom een oude huijsing, ende schuijer houdende daer ofte vier coebeesten, geneert hem voorts met veenen, getaxeert tot achtien gul. Comen de twee deelen 12 gul. 
  
Jan Jacobsz Pijper sijn eijgen huijsing ende getimmert, geneert hem met een coebeest off twe t’houden ende voort met veenen getaxeert tot achtien gul., comen de twe deelen 12 gul. 
  
Sofija Jansdr gebruijct in eijgendom een oudt huijsken, geneert haer met arbeijden inden turff, getaxeert tot ses gul. Comen de twe deelen 4 gul. [pauper] 
  
[Pagina 22, fol. 20v] 
 
Willem Claesz gebruijct sijn eijgen oudt huijsken, houdt twe coebeesten, geneert hem voort met turff te veenen getaxeert tot thijen gul. thijen strs., comen de twe deelen 7 gul. 
  
Sijmon Jansz Teijsterman, een oudt eijgen huijsken ende getimmert, houdende twe off drie coebeesten, geneert hem voort met turff te veenen, getaxeert tot vijftien gul. Comen de twee deelen 10 gul. 
  
Ghijsbert Jheremiasz zijn oudt eijgen huijsken, herberch houdende, getaxeert tot seven gul. thijen strs., comen de twe deelen 5 gul. 
  
[Fol. 21] 
  
Aelbert Jacobsz gebruijct zijn eijgen oude huijsing, houdende een coe, twee off drie, geneert hem voort met veenen, getaxeert tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. 
  
Gerrit Claesz gebruijct zijn oude eijgen huijsing, ende getimmert, geneert hem met bouwerije ende veenen, getaxeert tot vijftien gul. Comen de twee deelen 10 gul. 
  
Claes Fransz gebruijct zijn eijgen oude huijsinge ende getimmert, geneert hem met bouwerije ende veenen, getaxeert tot achtien gul. Comen de twee deelen 12 gul. 
  
[Pagina 23, fol. 21v] 
 
Jan Cornelisz Em, gebruijct zijn eijgen huijsgen ende berchgen, geneert hem met een coe twe off drie t’houden, ende voort met veenen getaxeert tot achtien gul., comen de twee deelen 12 gul. 
  
Den bailiu sijn eijgen huijsing ende getimmert. 
  
Pieter Dominicusz linde wever, gebruijct sijn out eijgen huijsken, getaxeert tot ses gul. Comen de twe deelen 4 gul. 
  
[Fol. 22] 
  
Pieter Meijnertsz gebruijct zijn eijgen oude huijsing, geneert hem met timmeren getaxeert tot twaelff gul., comen de twee deelen 8 gul. 
  
Thomas Pietersz backer zijn eijgen oude huijsing ende getimmert, geneert hem met een coe twe off drie thouden ende veenen getaxeert tot vijftien gul., comen de twee deelen 10 gul. 
  
Cornelis Neel Lou, sijn eijgen huijsing ende getimmert, geneert hem met bouwerije, ende veenen, getaxeert tot vier ende twintich gul. Comen de twe deelen 16 gul. 
  
[Pagina 24, fol. 22v] 
 
Pieter Anthonisz sijn eijgen huijs doet zeecker laecken neringe, getaxeert tot derthijen gul. thijen strs., compt de twe deelen 9 gul. 
  
Cristiaen Pietersz linde wever gebruijct zijn eijgen huijsken, getaxeert tot ses gul. Comen de twe deelen 4 gul. 
  
Willem Gerritsz ende Adriaen Claesz gebruijcken haer eijgen huijs, ende schuijer, generen haer met malen ende backen, getaxeert tot achtien gul., comen de twe deelen 12 gul. 
  
[Fol. 23] 
  
Cornelis Anthonisz secretaris eijgen huijsing getaxeert tot t’zestich gul., compt de twe deelen 40 gul. 
  
Daniel Jheremiasz een camer, zijn eijgen toecomende, doende zeecker cramerije, ende voort hem generende met veenen, getaxeert tot ses gul. Comen de twe deelen 4 gul. [pauper] 
  
Pieter Cornelisz Spijcker een oude huijsing hem eijgen toecomende, geneert hem met turff te veenen, getaxeert tot twaelff gul. Comen de twe deelen 8 gul. 
  
[Pagina 25, fol. 23v] 
 
Cristijna Jacobsdr een oude camer geneert haer met cramerije, haer in eijgen toecomende, getaxeert tot seven gul. thijen strs., comen de twe deelen 5 gul. 
  
Jacob Cornelisz biervoerder zijn eijgen huijsken, getaxeert tot ses gul., comen de twee deelen 4 gul. 
  
Jan Ariensz achter de kerck sijn eijgen oudt huijsken geneert hem met veenen ende bouwerije, getaxeert tot vijftien gul. comen de twe deelen 10 gul. 
  
[Fol. 24] 
  
Jacob Sijmonsz een oudt achterhuijsken hem eijgen toecomende, generende hem met turff te veenen, getaxeert tot negen gul. Comen de twee deelen 6 gul. 
  
De predicants huijsinge. 
  
t’School huijs. 
  
De bodes huijsinge. 
  
[Pagina 26, fol. 24v] 
 
Cornelis Ariensz schoemaecker, sijn eijgen huijsken getaxeert tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. 
  
Gerrit Dominicusz linde wever zijn eijgen huijsken, getaxeert tot twaelff gul., comen de twee deelen 8 gul. 
  
Dirck Cornelisz backer zijn eijgen huijsing geneert hem met backern ende cramerije getaxeert tot een ende twintich gul., comen de twe deelen 14 gul. 
  
[Fol. 25] 
  
Jan Pietersz van Arleveen, gebruijct zijn eijgen camer, geneert hem met veenen ende t’schip te voeren, getaxeert tot twaelff gul. Compt de twe deelen 8 gul. 
  
Aswerus Bartholomeesz gebruijct zijn eijgen huijsing ende berchgen, geneert hem met bier tappen getaxeert tot vier ende twintich gul., comen de twee deelen 16 gul. 
  
Oude Marij Jans, ende Wouter Ariensz zamen een oude camer, haer generende met turff te veenen, getaucxeert tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. 
  
[Pagina 27, fol. 25v] 
 
Gerrit Jan Aelbersz gebruijct in huijer van Aert Claesz cumsocijs een huijsken, geneert hem met bouwerije ende arbeijden getaxeert tot negen gul., comen de twee deelen 6 gul. 
  
Dirck Ommersz smit gebruijct zijn eijgen huijsken, getaxeert tot seven gul. tien strs. Comen de twee deelen 5 gul. 
  
Jacob Joostensz eijgen huijsing, geneert hem met herberch t’houden, ende imposten te pachten, getaxeert tot achtien gul. Comen de twee deelen 12 gul. 
  
[Fol. 26] 
  
Schoudt van Sevenhovens huijs onbewoont staende, getaxeert tot dertich gul., comen de twee deelen 20 gul. 
  
Dirck Laurensz gebruijct zijn eijgen huijsken, geneert hem met bouwerije ende turff te veenen, getaxeert tot dertien gul. thijen strs. Comen de twee deelen 9 gul. 
  
Adriaen Heijnricxsz backer, gebruijct sijn eijgen huijsing, geneert hem met backen ende broot vercoopen, getaxeert tot een ende twintich gul., comen de twee deelen 14 gul. 
  
[Pagina 28, fol. 26v] 
 
Jan IJsbrantsz snijder gebruijct zijn eijgen huijsken, geneert hem met cleer maecken, ende laecken neringe getaxeert tot twaelff gul. Comen de twee deelen 8 gul. 
  
Bastiaen de Cuijper, zijn eijgen oude huijsinge, geneert hem met kuijpen, getaxeert tot twaelff gul., comen de twee deelen 8 gul. 
  
Lijsbeth Jansdr, wede. van Jacob Ariensz, haer eijgen out huijsken, geneert haer met een coe, twe off drie thouden getaxeert tot twaelff gul., comen de twee delen 8 gul. 
  
[Fol. 27] 
  
Adriaen Cornelisz schoelapper, een eijgen huijsken, geneert hem met oude schoenen te verstellen, ende inden turff te arbeijden, getaxeert tot ses gul., comen de twee deelen 4 gul. [pauper] 
  
Marten Heijnricxsz gebruijct in huijer de huijsing ancomende van Cornelis Bijstervelt, geneert hem met magere varckens te vercoopen, getaxeert tot achtien gul. Comen de twee deelen 12 gul. 
  
t’Huijsken van Bijstervelt gecomen bijde bailiu van Nijeucoop gecoft, ledich staende, getaxeert tot seven gul. thijen strs. Comen de twe deelen 5 gul. 
  
[Pagina 29, fol. 27v] 
 
Marij Andries Quasten wede. een oudt achter huijs haer eijgen toecomende geneert haer met een coe twee off drie thouden, getaxeert tot seven gul. thijen strs., comen de twe deelen 5 gul. 
  
Ghijsbert Andriesz Quast gebruijct zijn eijgen huijsken, berchgen ende schuijere, geneert hem met turff te veenen ende een coe drie off vier t’houden, getaxeert tot een ende twintich gul. Comen de twee deelen 14 gul. 
  
Jan Ariensz Teijsterman zijn eijgen huijsing ende getimmert, ende thuijsken daer mr. Pieter in woont, Jan Ariensz hem generende met bouwerije getaxeert tot acht ende veertich gul. t’zamen. Comen de twee deelen 32 gul. 
  
[Fol. 28] 
  
Pieter Jonge Jan sijn eijgen huijsken geneert hem met turff te trecken ende arbeijden, getaxeert tot ses gul. Comen de twee deelen 4 gul. [pauper] 
  
Cornelis Jansz lapper gebruijct zijn eijgen huijsken, geneert hem met oude schoenen te lappen ende turff te veenen getaxeert tot ses gul., comen de twee deelen 4 gul. [pauper] 
  
Jonge Cornelis Phillipsz zijn eijgen oudt huijsken geneert hem met veenen, getaxeert tot negen gul. Comen de twee delen 6 gul. 
  
[Pagina 30, fol. 28v] 
 
Phillips Gerritsz gebruijct zijn eijgen huijsken ende schuijertgen, geneert hem met veenen ende bouwerije, getaxeert tot dartien gul. thijen strs. Comen de twee deelen 9 gul. 
  
Jan Lambersz gebruijct zijn oudt eijgen huijsken, geneert hem met eijnterije ende jonge plantsoen, getaxeert tot seven gul. thijen strs., comen de twe deelen 5 gul. 
  
Willem Willemsz Pijnt een halff huijsken hem eijgen toebehoorende, hem generende met turff te veenen, getaxeert tot ses gul., comen de twee deelen 4 gul. [pauper] 
  
[Fol. 29] 
  
Adriaen Aertsz gebruijct zijn eijgen huijsken, ende een schuijertgen, geneert hem met een coe ofte twe thouden, ende voort met veenen getaxeert tot dertien gul. thijen strs. Comen de twe deelen 9 gul. 
  
Jacob Claesz twe eijgen huijskens ende getimmertgen, generende hem met bouwerije getaxeert tot twee ende veertich gul., compt de twee deelen 28 gul. 
  
Cornelis Willemsz snijder gebruijct zijn eijgen oudt huijsken, geneert hem met eijnterije ende plantzoen, getaxeert tot negen gul. Comen de twee deelen 6 gul. 
  
[Pagina 31, fol. 29v] 
 
Huijbert Claesz gebruijct zijn eijgen huijsken ende getimmert, geneert hem met een coebeest twee off drie thouden ende voort met turff te veenen, getaxeert tot derthijen gul. thijen strs. Comen de twee delen 9 gul. 
  
Adriaen Jacobsz gebruijct zijn eijgen huijsken ende getimmert, geneert hem met bouwerije ende turff te veenen, getaxeert tot een ende twintich gul. Comen de twee deelen 14 gul. 
  
Jan Joost Jansz gebruijct zijn eijgen oude huijsinge, geneert hem met een coe ofte twe thouden, ende voort met turff veenen, getaxeert tot thijen gul. thijen strs., comen de twee deelen 7 gul. 
  
[Fol. 30] 
  
Joost Jansz gebruijct zijn eijgen huijsing ende getimmert, geneert hem met een coe drie off vier thouden, ende voort met turff te veenen, getaxeert tot vijfthijen gul. Comen de twee deelen 10 gul. 
  
Geerte Buijerman wede., gebruijct een eijgen huijsken, geen handeling doende getaxeert tot ses gul., comen de twee deelen 4 gul. 
  
Merrichgen Cornelis Arien Gerritsz wede., haer oude huijsinge ende getimmert, houdende een coe ofte twee, getaxeert tot derthijen gul. thijen strs. Comen de twee deelen 9 gul. 
  
[Pagina 32, fol. 30v] 
 
Jan Jansz Cool, sijn eijgen oude huijsinge geneert hem met coeijen t’houden ende turff te veenen, getaxeert tot dartien gul. thijen strs. Comen de de twee deelen 9 gul. 
  
Cornelis Willemsz gebruijct zijn eijgen huijsken ende getimmert, geneert hem alsboven getaxeert tot dartien gul. thijen strs. Comen de twee deelen 9 gul. 
  
Sijmon Claesz gebruijct zijn oude eijgen huijsinge ende getimmert, geneert hem met een coe twee off drie thouden ende turff te veenen, getaxeert tot vijfthijen gul. Comen de twe deelen 10 gul. 
  
[Fol. 31] 
  
Roeloff Sijmonsz gebruijct zijn eijgen huijsken ende berchgen, geneert hem met een coe ofte twee thouden, ende voort met turff te veenen, getaxeert tot twaelf gul. Comen de twee deelen 8 gul. 
  
Jacob Joachimsz oudt huijsken, gebruijct bij Roeloff Jacobsz, geneert hem met veenen getaxeert tot ses gul., compt de twee deelen 4 gul. 
  
Aelbert Cornelisz Jongechgen sijn eijgen oude huijsing, houdt een coe ofte twee geneert hem voort met veenen, getaxeert tot twaelff gul. Comen de twe deelen 8 gul. 
  
[Pagina 33, fol. 31v] 
 
Jacob Aertsz Peerboom een eijgen oudt huijsken, geneert hem met een coe ofte twee t’houden ende voort met turff te veenen, getaxeert tot negen gul. Comen de twee deelen 6 gul. 
  
Adriaen Cornelisz gebruijct zijn eijgen oudt huijsken, ende getimmert, geneert hem met een coe drie off vier thouden ende turff te veenen, getaxeert tot achtien gul. Comen de twee deelen 12 gul. 
  
Dammas Cornelisz gebruijct zijn oude eijgen huijsing ende getimmert, geneert hem met bouwerije ende veenen, getaxeert tot vier ende twintich gul., comen de twee deelen 16 gul. 
  
[Fol. 32] 
  
Annichgen Gerritsdr, gebruijct haer oudt eijgen huijsken, houdende een coe ofte twe geneert haer voort met turff veenen getaxeert tot thijen gul. thijen strs., comen de twee deelen 7 gul. 
  
De wede. van Jan Aertsz Heer, haer eijgen huijsken ende getimmerten, geneert haer met bouwerije ende veenen, getaxeert tot een ende twintich gul., comen de twe deelen 14 gul. 
  
De wede. van Mees Cornelisz, ende Cornelis Arisz haer soon, haer eijgen huijsing ende getimmert, haer generende met bouwerije ende veenen, getaxeert tot een ende twintich gul. Compt de twe deelen 14 gul. 
  
[Pagina 34, fol. 32v] 
 
Grietgen Joachim Jacobsz wede. haer eijgen oude huijsinge, geneert haer met een coe off twee thouden, ende voort met turff te veenen, getaxeert tot dartien gul. thijen strs. Comen de twee deelen 9 gul. 
  
Ghijsbert Jansz gebruijct zijn oude eijgen huijsing ende getimmert, geneert hem met veenen, getaxeert tot vijftien gul. Comen de twee deelen 10 gul. 
  
Adriaen Aelbersz gebruijct zijn eijgen huijsing, ende getimmert, houdende een coe ofte twee, geneert hem voort met veenen, getaxeert tot darthien gul. thijen strs., comen de twe deelen 9 gul. 
  
[Fol. 33] 
  
Jan Aris Jansz gebruijct sijn eijgen huijsken ende getimmert, geneert hem met een coe twee off drie thouden ende voort met veenen, getaxeert tot dartien gul. thijen strs. Comen de twe deelen 9 gul. 
  
Jan Jansz Floren gebruijct zijn eijgen huijsing ende getimmert, geneert hem met bouwerije ende veenen, getaxeert tot dartien gul. thijen strs., compt de twee deelen 9 gul. 
  
Jonge Jan Phillipsz zijn oudt eijgen huijsken houdende een coe ofte twe, hem voort generende met veenen, getaxeert tot seven gul. thijen strs., comen de twee deelen 5 gul. 
  
[Pagina 35, fol. 33v] 
 
Jan Willem Volcken gebruijct zijn huijsing, geneert hem met een coe off twee thouden ende turff te veenen, getaxeert tot twaelff gul. Comen de twee deelen 8 gul. 
  
Marten Gerritsz gebruijct zijn eijgen huijsken ende getimmert geneert hem met een coe ofte twee t’houden, ende voort met turff te veenen, getaxeert tot een ende twintich gul. Comen de twee deelen 14 gul. 
  
Lenart Stoffelsz oudt eijgen huijsken houdende een coe ofte twe, geneert hem voort met turff veenen, getaxeert tot seven gul. thijen strs., comen de twee deelen 5 gul. [pauper] 
  
[Fol. 34] 
  
[niet leesbaar] een oude vervallen huijsinge, hem eijgen toebehoorende, hout een coe ofte twe, geneert hem voort met turff te trecken ende veenen, getaucxeert tot negen gul. Comen de twe deelen 6 gul. [pauper] 
  
Heijnrick Willemsz eijgen huijsken, geneert hem met turff te veenen, getaucxeert tot negen gul., compt de twee deelen 6 gul. 
  
Cornelis Cornelisz Buijerman zijn eijgen huijsken ende getimmert, geneert hem met een coe twe off drie thouden ende voort met turff te trecken, getaucxeert tot derthijen gul. thijen strs., comen de twe deelen 9 gul. 
  
[Pagina 36, fol. 34v] 
 
Worbout Jacobsz zijn eijgen [huijsing] geneert hem met turff te veenen, getaucxeert tot ses gul., comen de twe delen 4 gul. 
  
Cornelis Willemsz Poenger gebruijct zijn eijgen huijsken, geneert hem met turff te veenen, getaucxeert tot ses gul., comen de twe deelen 4 gul. [pauper] 
  
Jacob Stoffelsz gebruijct zijn eijgen out huijsken, houdende een coenbeest, geneert hem voort met turff te veenen, getaucxeert tot ses gul. Compt hijer 4 gul. 
  
[Fol. 35] 
  
[onleesbaar] Claesz [onleesbaar] hem voort met turff te trecken, getaucxeert tot achtien gul. Compt de twee deelen 12 gul. 
  
Pieter Claesz zijn out eijgen huijsken ende getimmert, houdende een coe ofte twee geneert hem voort met veenen, getaucxeert tot twaelff gul., comen de twee deelen 8 gul. 
  
Jan Arien Jansz gebruijct zijn oudt eijgen huijsken hout een coe ofte twe, geneert hem voort met turff te veenen getaucxeert tot ses gul., comen de twee deelen 4 gul. [pauper]